Ervaringsdeskundigheid inzetten als raadslid? Hoe doe je dat?


Deze maand (maart 2022) zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Kandidaat-raadsleden voeren al volop campagne. Na de verkiezingen zijn er veel nieuwe raadsleden, die zich ook met het beleidsterrein ‘jeugdzorg’ bezig gaan houden. Na de vorige gemeenteraadsverkiezingen presenteerde Jeugdzorg Nederland een digitaal boekje voor nieuwe raadsleden met uitleg over de jeugdzorg, het stelsel en de knoppen waar de lokale politiek aan kan draaien. Na de komende gemeenteraadsverkiezingen volgt er een geactualiseerde editie van dit boekje. In dat boekje staat onder andere onderstaand interview met Fietje Schelling en Hannah Hollestelle. 

Een van de meest gehoorde tips als het gaat om het verdiepen als raadslid in de jeugdzorg is: ga in gesprek met jongeren en ervaringsdeskundigen en luister naar wat ze te vertellen hebben. Dat roept bij (nieuwe) raadsleden vanzelfsprekend een aantal vragen op. Wat is ervaringsdeskundigheid? Hoe kan ik als raadslid optimaal gebruik maken van de stem van jongeren en ervaringsdeskundigen? En hoe kan de gemeente (beleidsambtenaren, wethouder) dat doen, zodat ik dit als raadslid kan aankaarten en bevorderen? Jeugdzorg Nederland interviewde Hannah Hollestelle en Fietje Schelling over dit onderwerp. Hannah is actief binnen JONG doet mee!, voorzitter van stichting Experienced Experts (ExpEx), lid van de jongerenraad van Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond, en ervaringswerker bij Parnassiagroep. Fietje is ondersteuner bij JONG doet mee!, en richtte in 2013 samen met anderen ExpEx op als platform voor ervaringsdeskundigheid in de jeugdhulp.

Om te beginnen: neem ons eens mee. Wat móét een raadslid weten over het inzetten van ervaringsdeskundigheid in de jeugdhulp?   

Hannah: “Raadsleden moeten hun wethouder vragen om jongeren te betrekken bij het maken van beleid. Dat kan natuurlijk op veel verschillende manieren. Ik vind persoonlijk “Jong doet mee!” in de regio Den Haag erg prettig, maar er zijn door het land heen veel mooie initiatieven. Wat sterk is aan “Jong doet mee!” is dat wij écht het perspectief van jongeren kiezen. We nemen de punten die zij belangrijk vinden, en verwoorden ze in ‘hun’ taal. Dat vraagt uiteindelijk vaak wel een vertaalslag vanuit ambtenaren of politici om deze inbreng van jongeren in ambtelijke stukken vast te leggen. Maar het gaat om de leefwereld van jongeren. Zij willen iets bereiken of lopen ergens tegenaan. Het is belangrijk dat zij het vanuit hun eigen perspectief en in hun eigen taal kunnen aangeven. Anders merken we dat ze afhaken.”

Fietje: “Voor mij gaat het om twee dingen. Ik vind het belangrijk dat de stem van zowel ervaringsdeskundigen als jongeren die nu nog in de jeugdzorg zitten gehoord worden. Dus ik zou als raadslid tegen een wethouder zeggen: zorg dat je op regionaal of gemeentelijk niveau een groep jongeren hebt die nu in de jeugdzorg zitten, en een groep die jeugdzorg heeft gehad. Breng deze samen en laat ze meepraten over het beleid. Het is belangrijk dat dit sowieso gebeurt. Hoe je dat vervolgens doet is een tweede. In Haaglanden proberen we de jongeren vanuit de cliëntenraden van de jeugdhulporganisaties samen te brengen met dak- en thuisloze jongeren en ervaringsdeskundigen. Juist ook de jongeren die nu in de jeugdzorg zitten kunnen vertellen wat er op dit moment speelt. Ervaringsdeskundigen zijn vaak wat ouder en hebben daardoor hele andere ervaringen dan jongeren die nu te maken hebben met jeugdzorg. Zij staan er wat verder vanaf en kunnen daardoor jongeren die nu met jeugdzorg te maken hebben wel goed ondersteunen in het vertellen van hun verhaal. Het is dus goed om deze verschillende perspectieven samen te brengen.”

Jullie geven aan dat “Jong doet mee!” een mooi voorbeeld is hoe je ervaringsdeskundigheid praktische invulling kan geven. Zouden jullie kunnen uitleggen hoe “Jong doet mee!” werkt? 

Hannah: “”Jong doet mee!” werkt met jongeren uit verschillende jongerenraden van jeugdhulpinstellingen uit de hele regio. We organiseren twee keer per jaar een grote bijeenkomst met medewerkers van gemeenten en instellingen. Tijdens deze bijeenkomsten doen we workshops in twee rondes. In de eerste workshopronde gaat het over de onderwerpen die de jongeren zelf hebben aangedragen. Elke jongerenraad organiseert bijvoorbeeld een workshop. In ronde twee hebben gemeentes of instellingen een vraag die ze aan jongeren willen voorleggen. Zo’n bijeenkomst is ons belangrijkste kanaal om de stem van jongeren en ervaringsdeskundigen invloed te laten hebben op beleid in de regio. Daarnaast komen er door het jaar heen ook losse vragen vanuit de gemeente. Een voorbeeld is het vraagstuk rondom wachtlijsten. We zijn bezig met expertiseteams en betrekken jongeren in dit proces vanuit de jongerenraden en vanuit ExpEx. Tenslotte zijn we als ‘deelraad jeugd’ ook onderdeel van de Cliëntenraad Sociaal Domein van de gemeente Den Haag om invloed te hebben op het beleid van de gemeente.”

Fietje: “We schakelen dus tussen verschillende niveaus. We leggen een basis met de jaarlijkse twee bijeenkomsten, zodat zowel de jongeren als de gemeenten een vast moment hebben om thema’s te agenderen. Zo’n thema is bijvoorbeeld de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp. Of, hoe kunnen we voorkomen dat jongeren specialistische jeugdhulp nodig hebben? Wat zouden we daaraan kunnen doen?  Dat is een combinatie van thema’s die in de regiovisie naar voren komen en waar de jongeren zelf mee zitten.”

En als de gemeente aan de slag wil met een van die thema’s. In welke fase wil je meegenomen worden? Als er al een beleidsplan ligt zodat je kan meelezen? Of wil je direct vanaf het begin betrokken worden?  

Hannah: “Het liefst worden we in beide fases betrokken. Het belangrijkste is dat jongeren zo vroeg mogelijk in het proces worden ingeschakeld. Dat is cruciaal omdat jongeren die jeugdhulp ontvangen het best weten wat er speelt. Als er al een heel plan ligt, dan mist de basis wanneer dit probleem niet eerst door de jongeren die ermee te maken hebben in kaart is gebracht.”

Fietje: “En heel veel jongeren vinden die beleidsstukken natuurlijk helemaal niks aan. Ik vind het zelf ook vreselijk. Hannah wordt blij van meepraten over inkoop, ik vind het verschrikkelijk als we daarop moeten adviseren. Maar we doen het wel! En als we in dat deel van het proces betrokken worden doen we dat met de sociaaldomeinraden. Want de sociaaldomeinraden in elke gemeente hebben moeite met jongeren vinden. Voor hen zijn wij het klankbord van jongeren uit de jeugdzorg. Dus dan schrijven we samen een advies. Veel gemeenten hebben zo’n raad, maar denk niet dat je daarmee ervaringsdeskundigen genoeg gehoord hebt. Ga veel eerder in het proces, als je nog helemaal geen kant-en-klaar plan hebt liggen met deze jongeren praten. Maak daarna de beleidsslag zodat je weet dat je met de goede vragen en onderwerpen bezig bent.”

Welke thema’s zijn daarin belangrijk om zo snel mogelijk jongeren in te betrekken?   

Fietje: “Juist voor gemeenteraadsleden is ’toegang’ een belangrijk onderwerp. Daar ga je als gemeente over en daar kun je als gemeenteraadslid dus echt iets mee. Ga daarom nou eens praten met jongeren die hulp zoeken. Kan je die hulp vinden? En is de hulp die je dan vindt ook de juíste hulp? We willen allemaal preventief werken. Maar wat hebben jongeren in dit eerste stadium nodig om op tijd op de juiste plek aan te kloppen? En moet dat specialistische hulp zijn, of is een gesprek met een ervaringsdeskundige, bijvoorbeeld in een ervaringscafé, genoeg? In dit kader is het ook belangrijk dat jongeren betrokken worden in het ontwikkelen van een regiovisie.”

Hannah: “Zeker! Jongeren moeten gewoon betrokken worden bij de inkoopplannen. Als het aan mij had gelegen, dan was in de nieuwe wet over regionale samenwerking standaard opgenomen dat jongeren betrokken worden. Dat is nu eigenlijk een blinde vlek in de regelgeving. Daarnaast vind ik het belangrijk om te benoemen dat het perspectief van jongeren met ervaring met de jeugdhulp vaak écht anders is dan dat van leeftijdgenoten die niet met de jeugdhulp te maken hebben gehad. Wij hebben dat hier in Den Haag meegemaakt in de samenwerking met de Haagse Jongerenambassadeurs (de algemene jongerenraad die meedenkt over jeugdbeleid). Voor de jongeren zonder ervaring met jeugdhulp was het ingewikkeld om in te leven wat jongeren mét ervaring in de jeugdhulp hebben meegemaakt en welke onderwerpen daarmee voor hen belangrijk zijn. Dat wilde nog wel eens botsen terwijl er op sommige overkoepelende thema’s juist wel een goede samenwerking ontstond. Realiseer je daarom dat het perspectief van de reguliere jongerenraad echt anders is dan die van jongeren met ervaring in de jeugdhulp. Bevraag deze jeugdzorg-jongeren dus ook goed en organiseer daar apart iets voor.”

Krijgt Jong doet mee! subsidie vanuit de gemeente Den Haag?    

Fietje: “Na de decentralisatie heeft gemeente Den Haag JSO gevraagd om een platform op te zetten zodat ze met jongeren uit de jeugdzorg konden overleggen. Zij waren erg enthousiast over onze inbreng en hebben andere gemeentes erbij gevraagd. Kom eens kijken wat we hier doen met Jong doet mee! Zo pakken wij dit aan. Daar werden de andere gemeentes ook enthousiast van. We krijgen nu eindelijk, sinds vorig jaar, ook geld vanuit de regio Haaglanden voor ons werk in de regio.”

Hebben jullie een voorbeeld van een beleidsplan dat door jongerenperspectief finaal is omgedraaid?

Hannah: “Een heel concreet voorbeeld uit Den Haag zijn de iJW-codes. Die zijn geschrapt omdat wij daar als jongeren ‘moeilijk’ over zijn gaan doen. Dat waren codes die overeenkwamen met een bepaald type zorg, maar dit bleek een forse inbreuk te doen op privacy van jongeren.

Fietje: “Een ander voorbeeld is het onderzoek dat we met de gemeentelijke jeugdombudsman hebben gedaan naar 18- 18+. Zo zijn we uiteindelijk ook op de Big5 gekomen. We hebben onderzoek gedaan: hoe worden jongeren nou voorbereid op hun zelfstandigheid. Welke groepen vallen er nu buiten de boot? Dat hebben we toen in kaart gebracht met de jeugdombudsman. Jongeren zeiden toen: waarom draaien we dit systeem niet gewoon om? De jeugdhulp mag pas stoppen als er aan deze vijf voorwaarden is voldaan. Dat was zo logisch en zo mooi bedacht! Dat is vervolgens ook opgepakt door onder andere Levvel en het NJi. Zij hebben dat verder uitgewerkt en vormgegeven in hun beleid en projecten. Dat vind ik een mooi voorbeeld van hoe het anders kan!”
  
Jullie noemen net de jeugdombudsman. Niet alle gemeentes hebben zo’n jeugdombudsman. Is het vanuit jullie ervaring belangrijk dat er zo’n jeugdombudsman is?   

Hannah: “Vanuit het perspectief van het opkomen voor belangen is het goed omdat een ombudsman onderzoeksbevoegdheid heeft. Je kan elkaar daarmee versterken in de adviezen die je vanuit de jongere of de ombudsman geeft. Ten tweede is het ook fijn om signalen die je vanuit jongeren hoort bij zo’n ombudsman te checken. Herkent de jeugdombudsman deze signalen ook uit de praktijk? Als dat het geval is, dan kan je een veel sterker geluid laten horen. Het laatste punt is dat we vaak jongeren tegenkomen met een stapeling aan problematiek. Zij kunnen vaak niet direct bij de gemeente terecht. Via de ombudsman hebben we een kort lijntje en is er iemand die ze bijstaat. Ik maak dus ook regelmatig gebruik van onze jeugdombudsman in Den Haag. Ook omdat zij precies weet hoe de processen in de gemeente lopen. Dat kun je als jongere niet even googelen, dus een jeugdombudsman als gids is dan erg behulpzaam.”

Fietje: “Ook het klachtrecht is ongelooflijk ingewikkeld. Bij wie moet je nou klagen? Bij de gemeente omdat het gaat over een jeugdteam? Bij de jeugdzorginstelling zelf? Bij de gemeenteraad? Bij de dienst sociale zaken? Je weet het soms echt niet.”

Hannah: “Vooral als gemeente en instelling het niet eens zijn. Dan val je als jongere of ouder er ’tussenin’. De ombudsman kan dan de rol van mediator op zich nemen en je ondersteunen. Dat is ook heel belangrijk!”

Wat voor onderwerpen komen naar boven als jongeren betrokken worden bij de inkoop van jeugdhulp?   

Fietje: “Een voorbeeld is het client-ervaringsonderzoek. Dat doen we al een aantal jaar. Er komt elk jaar hetzelfde uit en daar gebeurt eigenlijk nooit iets mee. Dus wij hebben gezegd: laten we de relatie tussen jongeren en hulpverlener gelijkwaardig maken. Laten we in het begin van het hulpverleningstraject een contractje maken waarin we afspraken maken over gelijkwaardigheid. Want als ik te laat kom krijg ik op mijn lazer, als die hulpverlener te laat komt gebeurt er niks. Zo zijn er meer voorbeelden. We zouden ook graag willen dat jongeren een eigen vertrouwenspersoon kunnen kiezen. Bijvoorbeeld een ‘Jouw Ingebrachte Mentor’ (JIM) die ook kan helpen door een vast gezicht te zijn. Je krijgt namelijk vaak te maken met veel nieuwe hulpverleners. Het helpt dan enorm als er een vast gezicht is, iemand die het hele traject met je mee kan lopen. Wat is er nou normaler dan dat een kind zegt: ‘mag ik iemand die ik ken meenemen? Want ik vind het best spannend om met een vreemd iemand te praten’. Zeker als je kijkt wat er allemaal is misgegaan en nog steeds misgaat binnen de jeugdzorg en de onveilige situaties die er vaak zijn ontstaan. Kinderen die uit een onveilige situatie waren gekomen, komen weer in een onveilige situatie terecht. Jongeren onderling zijn vaak ook niet leuk naar elkaar. Om hem te vertalen naar de gemeente: zorg ervoor dat deze zaken geregeld zijn als noodzakelijk onderdeel van de inkoopeisen. De gemeente moet zeggen: ‘Wij kopen alleen zorg in van partijen waar een eigen gekozen vertrouwenspersoon welkom is’. ”

Nog even heel concreet. Wat kan een raadslid zelf doen om gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid van jongeren in de jeugdzorg?  

Hannah: “Het allerbelangrijkste is dat je je goed verdiept in wat de jeugdzorg precies is. Ga langs bij instellingen en praat met jongeren. Ga regelmatig op werkbezoek. Want anders is het onmogelijk om contact te houden met wat er eigenlijk in de jeugdzorg gebeurt. Pas wel op met direct contact tussen een raadslid en een jongere. Zeker als deze jongere nog in een instelling zit. Want je zadelt de jongere ook wel op met een bepaalde druk en verantwoordelijkheid. Daarnaast moet je ook goed oppassen met wat dit doet met de privacy van de jongere. Zorg daarom in contact met de jongeren ook dat de jongere een goede ondersteuner heeft die zijn/haar welzijn in de gaten houdt. Boven de 18 kan het natuurlijk wel. Bijvoorbeeld via de jongerenorganisatie van je eigen politieke partij.”

Fietje: “Ik vind dat individuele contact ook lastig. Je kan beter inzetten op het creëren van een goede structuur en als raadslid aansluiten op grotere bijeenkomsten en daar spreken met jongeren. Of kijk in je eigen kennissenkring. Vaak heb je daar ook mensen die te maken hebben gehad met de jeugdhulp.”

Jong doet mee! heeft ook een magazine uitgebracht! 5 jaar Jong doet mee!. Wat heeft dat opgebracht?  Zeker de moeite waard om als raadslid online in te bladeren. https://magazine.jongdoetmee.nl/   
 
Voor meer informatie is ook het magazine van Listen Up een aanrader! Listen Up Magazine by Communicatie NJR – Flipsnack. Hierin vind je ook de goede voorbeelden van jongerenparticipatie. 
 
Daarnaast kwam ExpEx met 10 punten voor de gemeenteraadsverkiezingen die belangrijk zijn voor jongeren uit de jeugdhulp.   
 
En natuurlijk zijn er ook goede voorbeelden uit andere gemeenten. Zoals het Jeugdplatform Amsterdam Jeugdplatform Amsterdam of het innovatienetwerk jeugd in Hart van Brabant https://www.innovatienetwerkjeugd.nl/ 


Deel deze pagina: