TK-debat ‘zelfdoding in de jeugdzorg’: discussie over ontwikkelingen sector

Niemand wilde gisteren tijdens het debat in de Tweede Kamer over zelfdoding in de jeugdzorg een direct verband leggen met de financiële en personele tekorten in de sector. Alle partijen waren het erover eens dat het toegenomen aantal suïcides in de jeugdzorg een ingewikkeld probleem is waarover niet lichtzinnig mag worden gedacht en gesproken. Tegelijkertijd leidde het onderwerp wel tot discussie over veel verschillende aspecten van de jeugdzorg en de huidige toestand waarin de sector zich nu bevindt.

‘Jeugdzorg in crisis’

Die toestand werd door Lisa Westerveld (GroenLinks) omschreven als een ‘crisis’: “Er is een crisis gaande in de jeugdzorg en daar hoort ook crisismanagement bij. Wil de minister meteen aankloppen bij zijn collega’s in het kabinet en directe investeringen eisen? Wat gaat hij doen opdat wetenschappelijke kennis beter wordt verspreid en wordt toegepast? Is de minister bereid om projecten waarbij men zich bezighoudt met zelfdoding onder jongeren financieel te ondersteunen? Ik zit niet te wachten op een volgend actieplan want er moet nú wat gebeuren en we weten wat er nodig is.” Ook Maarten Hijink (SP) constateerde dat “er erg veel plannen zijn, maar nog niet zoveel actie. Ik denk dat het tijd wordt dat we nu van de minister gaan horen wat hij gaat doen voor deze speciale groep jongeren om hun zorg goed te organiseren.”

‘Decentralisatie stagneert’

Attje Kuiken (PvdA) vindt dat de decentralisatie ‘stagneert’: “Er is niet één touwtje waar je aan moet trekken. Maar daarom kijk ik wel naar de minister en naar onszelf, omdat wij de enige zijn die de macht en de middelen hebben — qua geld, instelling en motivering — om ervoor te zorgen dat we ook daadwerkelijk stappen gaan zetten.” Kuiken vroeg de minister verder of er wel voldoende zicht is op het aantal serieuze pogingen tot suïcides. Bovendien wees Kuiken op het belang van vroege traumascreening en -behandeling en vroeg ze of de minister mogelijk kan maken dat op grotere schaal in de jeugdzorg gestart wordt met “altijd traumabehandeling.”

‘Doorgeslagen specialisatie’

René Peters (CDA) maakt zich vooral zorgen over “doorgeslagen specialisatie” van instellingen. “Het lijkt zo te zijn dat we goed zijn in het behandelen van deelproblemen, maar dat we het overzicht soms kwijtraken. Anders gezegd: het lijkt erop dat we door de bomen het bos niet meer zien. Zou het zo kunnen zijn dat we in onze drang naar rechtmatigheid zijn gaan denken dat we pas zorg kunnen of mogen verlenen als we een diagnose hebben, als iemand voldoet aan de vooraf voorgestelde criteria?”

“Samenwerking moet beter’

Kees van der Staaij (SGP) vroeg tijdens het debat aandacht voor de problematiek van de grote personeelstekorten. Rens Raemakers (D66) wilde weten hoe de minister gaat zorgen dat de jeugd-ggz en de jeugdzorg beter gaan samenwerken. Joël Voordewind (ChristenUnie) vroeg de minister wat hij gaat doen om “echt tot een passend (zorg)aanbod te komen.” Judith Tielen (VVD) legde de nadruk op samenwerking. Die zou beter moeten, tussen zorgverleners, tussen zorgverleners en jongeren en hun ouders, en tussen gemeenten en zorgverleners. Daarnaast wilde ze weten of de minister wat gaat doen aan “het gebrek aan gemeenschappelijke professionele richtlijnen voor samenwerking op het gebied van psychische problematiek en gedragsproblematiek.”

‘Zonder geld geen transformatie’

Fleur Agema (PVV) vroeg aandacht voor de tekorten bij gemeenten. “De minister kan dan wel weer een actieplan op poten zetten voor transformatie van de gesloten jeugdzorg, voor minder gesloten plaatsingen, het inkorten van de vrijheidsbeperking, onnodige overplaatsingen en geen wachttijden op de vervolgplek, maar als gemeenten de hand op de knip houden, dan kan ik de minister al vertellen dat er helemaal geen transformatie komt.”

‘Samenwerking is er wel degelijk’

Minister De Jonge (VWS) vond dat sommige Kamerleden over de decentralisatie en de huidige situatie “wel erg stevige kwalificaties gebruikten.” Hij wees er onder andere op dat er nu wel wordt samengewerkt tussen de jeugdzorg en jeugd-ggz, in tegenstelling tot voor de decentralisatie. Toen was er volgens hem “nul samenwerking.” Nu wel, “bijvoorbeeld tussen De Bascule en Spirit in Amsterdam. Ik denk ook aan het KINGS-programma bij Accare, waarin de gesloten jeugdzorg en de jeugd-ggz met elkaar samenwerkten, en het programma ThuisBest van De Viersprong.”

Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd

De minister wees verder op het ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd dat per 1 januari van start is gegaan. “Het team heeft een aantal dingen te doen. Het moet gemeenten bijvoorbeeld helpen bij de transformatieplannen.” Die plannen zijn gemaakt in aansluiting op de analyse  in de eigen regio  en worden gefinancierd vanuit het transformatiebudget van Rijk en gemeenten.

Aanpak gesloten jeugdhulp

Daarnaast vertelde De Jonge over de aanpak die hij samen met gemeenten, Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, de inspectie en de wetenschap aan het ontwikkelen is en die in maart aan de Tweede Kamer wordt gestuurd. Dat plan gaat onder andere over ontwikkelen van beter passende hulp, het omlaag brengen van het aantal jongeren in de gesloten jeugdhulp, over het naar nul brengen van het aantal separaties, over betere vervolgplekken en over het terugdringen van het aantal suïcides. “Het zal een aanpak zijn waarvan je niet overnight al resultaten zult zien. Er zijn geen quick fixes.”

Onderzoek financiële tekorten

Op het punt van de financiële tekorten van aanbieders en gemeenten verwees de minister naar de drie onderzoeken naar tekorten en volumegroei die hij eerder had toegezegd en nu gedaan worden. “In eerdere debatten — want ik denk dat we dit al een keer of drie, vier, vijf hebben besproken — heb ik aangegeven dat de uitkomsten van die onderzoeken inderdaad mogelijk zouden kunnen leiden tot de conclusie dat het noodzakelijk is om te kijken naar geld. Ik loop daar niet voor weg, en tegelijkertijd loop ik er ook niet op vooruit.”

Moties, toezeggingen, planning

Tot slot werden er moties ingediend. Daarover wordt later gestemd. Verder deed de minister een aantal toezeggingen en blikte hij vooruit op de planning van stukken.

Moties

Motie Westerveld (GroenLinks), Hijink (SP) en Kuiken (PvdA) “verzoekt de regering om op te treden als crisismanager en per direct maatregelen te nemen om het aantal suïcides in de jeugdzorg te verminderen.”

Motie Westerveld (GroenLinks), Hijink (SP) en Kuiken (PvdA) “verzoekt de regering in overleg met onderzoekers te bevorderen dat kennis over wetenschappelijk bewezen behandelmethodes wordt verspreid en deze methodes in de praktijk worden toegepast; verzoekt de regering om, wanneer nodig, een voorstel te doen om hier budget voor vrij te maken.”

Motie Westerveld (GroenLinks), Hijink (SP) en Kuiken (PvdA) “verzoekt de regering onderzoek te doen naar de relatie tussen separeren en repressiemaatregelen en de werkdruk van jeugdzorgmedewerkers, en naar wat dit betekent voor het welzijn van jongeren in de jeugdzorg en de relatie met suïcides.”

Motie Hijink (SP) “verzoekt de regering de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd op te dragen altijd zelf onderzoek te doen naar overlijden van jongeren in de jeugdzorg, waarbij sprake is van suïcide”

Motie Voordewind (ChristenUnie), Peters (CDA), Tielen (VVD) en Raemakers (D66) “verzoekt de regering om actieplannen voor de transformatie van de gesloten jeugdzorg én voor gezinshuizen in samenhang te bezien en te onderzoeken welke kansen de transformatie in de gesloten jeugdzorg biedt om van JeugdzorgPlus naar kleinschalige gezinsgerichte voorzieningen te komen.”

Motie Tielen (VVD), Voordewind (ChristenUnie) en Peters (CDA) “verzoekt de regering om samen met gemeenten te onderzoeken hoe het komt dat “gezamenlijk beslissen” (samen met ouders en jeugdigen) nog lang niet altijd goed wordt toegepast en op welke manier dit wel gaat gebeuren.”

Toezeggingen:

–     De brief over een onderzoek in Flevoland naar achtergrond plaatsingen: over twee maanden vanaf nu.

–     Een brief over hoe vroeger en beter kan worden ingezet op traumascreening in de jeugdzorg: over twee maanden vanaf nu.

–     Een beschouwing over de inkoop en hoe die versterkend kan zijn, of juist niet, aan de kwaliteit van de jeugdhulp: over twee maanden vanaf nu.

–     Terugkoppeling van een gesprek met CBS om een betere foto te maken van de pogingen tot suïcide of zelf toegebracht letsel wordt betrokken bij de nadere analyse van suïcides in de jeugdzorg: na de zomer.

–     Hoe verder met de meest gespecialiseerde vormen van jeugdzorg en de evaluatie van het LTA: begin juni.

–     Bewezen effectieve programma’s zoals ThuisBest en KINGS, onder de aandacht te brengen van de gemeentes: komt terug in de voortgangsrapportage Zorg voor de Jeugd.

–     Terugkoppeling stand van zaken gezamenlijke professionele richtlijnen jeugdzorg-jeugd-ggz: in de voortgangsrapportage van het hele programma Zorg voor de Jeugd, begin juni.

Planning stukken:

–     Plan van Aanpak gesloten jeugdhulp: maart.

–     Plan van aanpak gezinsgerichte opvang: mei.

–     Het verdiepend onderzoek naar de financiën jeugd: eind mei/begin juni.

–     Het actieonderzoek jeugd-ggz: begin juni.

–     De factsheet van de inspectie op basis van de observaties die zij de komende maanden zal doen in de gesloten jeugdzorg: begin juni.

–     Voortgangsrapportage Zorg voor de Jeugd: begin juni.

Tweede Kamer: woordelijk verslag/stenogram (13-2-2019)

Tweede Kamer: debat in het kort (13-2-2019)

Jeugdzorg Nederland, GGZ Nederland, NVO, NIP en NVvP: brief aan de Tweede Kamer (11-2-2019)


Deel deze pagina: