Column Hans Spigt: Fundament jeugdzorg wankelt

Zorgwekkende berichten gisteren over de Nederlandse zorgsector. EY stelt in de jaarlijkse barometer Nederlandse Gezondheidszorg dat instellingen door de coronacrisis een forse financiële klap kunnen verwachten. De situatie van de grote jeugdzorginstellingen is nu al zorgelijk, zo laat de barometer zien. Dat is slecht voor de hele jeugdzorg, want juist die grote instellingen vormen het fundament van het stelsel.

In Nederland hebben we een jeugdzorgstelsel met grote en kleine spelers. Die zijn allemaal belangrijk. Er zijn veel kleine nieuwe aanbieders, die zich in één of enkele regio’s richten op een specifiek deelterrein van de jeugdzorg. Daarnaast zijn er de zogenoemde systeemaanbieders: grotere organisaties die vaak al langer bestaan en een breed scala aan expertise en 24/7 (crisis)hulp in huis hebben, waardoor ze snel kunnen op- en afschalen en kunnen bieden wat nodig is voor jongeren en hun ouders. Zij zijn de spil in het netwerk met andere aanbieders en zijn er in principe voor alle jongeren die hulp nodig hebben, ook als er meerdere problemen spelen. Ze zijn kennis- en expertisecentrum en leiden jeugdzorgprofessionals op. Naast het leveren van hulp aan een individuele cliënt, hebben zij dus een veel bredere rol en functie in het jeugdhulpstelsel.

Wankel fundament

EY noemt de situatie van met name die instellingen zorgelijk. Het rendement in de jeugdzorgsector is al sinds de decentralisatie in 2015 laag, met name bij grote jeugdzorginstellingen. Die blijven ver achter bij kleine en middelgrote instellingen: “Deze instellingen zijn hierdoor mogelijk kwetsbaarder voor de effecten van de coronacrisis dan kleinere instellingen”, aldus de barometer. Het structurele aan deze cijfers in combinatie met de onzekere toekomst door corona, doen het ergste vrezen voor de jeugdzorgsector. Grote instellingen zijn het fundament waarop de jeugdzorg gebouwd is. Als dat wegvalt, zakt de sector als een pudding in elkaar.

Gevolgen

We hebben de afgelopen jaren helaas in praktijk mogen zien wat er gebeurt als grote jeugdzorginstellingen verdwijnen. Niet alleen gaan er banen, kennis en expertise verloren; er is in het stelsel ook geen ander vangnet voor de cliënten van die grote jeugdzorgorganisaties. De kleinere spelers binnen de jeugdzorg hebben een andere functie en zijn, logischerwijs, niet toegerust om hulp en verblijf te bieden bij meervoudige (gezins)problematiek. Het zijn dus vaak de meest kwetsbare jongeren en gezinnen die tussen wal en schip vallen, met alle ernstige gevolgen van dien.

Versteviging nodig

Het is het zoveelste rapport dat laat zien dat het niet goed gaat met de jeugdzorg. Het wordt steeds duidelijker waar de problemen zitten, waar het risico zich bevindt en wat mogelijke gevolgen zijn. Dat betekent ook dat duidelijk wordt waar de oplossing zit en wat we moeten doen om het stelsel weer gezond te krijgen. Als we willen bouwen aan een betere jeugdzorg, moeten we allereerst het fundament verstevigen. Misschien houdt dat wel in dat we de (systeem)partijen die dat fundament vormgeven, anders moeten waarderen en financieren?

Cijfers en analyses hebben de neiging kil over te komen. Daarom is het belangrijk om er steeds bij te zeggen dat de cijfers gaan over instellingen met hulpverleners die de jeugdzorg in Nederland draaiende houden. En belangrijker, want daar gaat het om: achter die instellingen zitten gezinnen. Kwetsbare gezinnen die recht hebben op goede zorg, op pássende zorg.

Hans Spigt
voorzitter Jeugdzorg Nederland


Deel deze pagina: